Homoseksualiteit is ‘geen thema’ voor Marokkaanse gemeenschap

Foto: http://www.seniorennet.be

Op een debat over ‘homoseksualiteit binnen de allochtone gemeenschap’ deed Mohammed Chakkar van de Federatie voor Marokkaanse Verenigingen opmerkelijke uitspraken. Hij minimaliseerde het probleem en reageerde defensief, tot teleurstelling van het publiek. Dat vond ik de moeite voor een artikel in De Standaard. De krant paste dit artikel nog lichtjes aan en kortte het in. Jullie krijgen de full version…

(19 juni 2012)

Allochtone holebi’s verstoten na coming-out

“Na een halfuur stond ik op straat”

“Toen ik mijn ouders heb gezegd dat ik homo was, stond ik een halfuur later op straat. Ik heb met mijn ganse familie moeten breken”, zegt de Tunesische Belg Fourat Ben Chikha. Homoseksualiteit is onder allochtonen nog steeds een zwaar taboe, erkennen ook holebi-verenigingen. De Federatie van Marokkaanse Verenigingen keurt homohaat en -geweld af, maar pakt het probleem weinig actief aan. “Ik voel me absoluut niet geroepen om het holebi-thema binnen de moskeeën bespreekbaar te maken. Dat is onzin”, zegt voorzitter Mohammed Chakkar.

“Op mijn zeventiende besefte ik voor het eerst dat ik homo was. Ik besloot toen om een jaar te wachten om ermee naar buiten te komen, omdat ik wist welke implicaties dat zou hebben. Ik moest er heel zeker van zijn dat ik kleur wilde bekennen”, zegt de nu 31-jarige Fourat Ben Chikha, een in Knokke geboren zoon van Tunesische ouders. Een tijdje later werd hij tijdens een vakantiejob verliefd op een andere homojongen. “Dat was echte verliefdheid, zoals ik ze nooit had gevoeld voor een meisje. Ik was er zo van in de wolken, dat ik besloot het aan mijn ouders te vertellen. Ik merkte ook dat ik begon te liegen over afspraakjes en dat wou ik niet. Ik was tenslotte liberaal opgevoed, moest mij nooit verantwoorden voor wat ik deed of wanneer ik laat thuiskwam.”

Fourat stootte helaas op de grenzen van dat ouderlijke liberale denken: “Mijn ouders, en zeker mijn vader, waren woedend en geschokt. Ik moest mijn sleutel op tafel leggen en het huis verlaten. Een halfuur na mijn coming out stond ik op straat. Met alleen de kleren die ik toen aan had, ben ik bij een vriendin gaan aankloppen. Ik ben er een maand gebleven en ben dan bij mijn vriendje gaan wonen in Leuven. Allemaal veel te snel en halsoverkop, maar ik had geen keuze. Ik ben dan maar op leercontract gegaan, waardoor ik deeltijds kon werken. Voortstuderen zat er niet in. Ik wilde eigenlijk een dansopleiding volgen, maar moest noodgedwongen fulltime werken in allerlei restaurants en winkels, tot ik op mijn 23ste volledig instortte. Het OCMW is dan in actie geschoten en ik kon een opleiding sociaal-cultureel werk volgen”, zegt Fourat. Hij werkt vandaag als preventieadviseur voor homomannen bij Sensoa, het Vlaams expertisecentrum voor seksuele gezondheid.

Kort na zijn coming-out kreeg Fourat van nonkels en tantes ettelijke haatberichten over zijn geaardheid en zijn eigen ouders zag hij vier jaar lang niet meer. “Tot mijn vader een hartaanval kreeg en ik via-via werd gevraagd om langs te komen”, zegt hij. “Dat heb ik na lang twijfelen ook gedaan, maar al snel bleek dat ik mijn typische rol als oudste zoon weer moest opnemen en instaan voor de administratie met het ziekenhuis. Mijn ouders kennen geen Nederlands en zijn analfabeet. Ik zie hen nu soms, maar over mijn geaardheid is het nooit meer gegaan. Ze zijn ook nooit op bezoek geweest in het huis waar ik nu met mijn vriend woon. Laat ons zeggen dat ik word gedoogd, maar niet aanvaard in wie ik ben. Ik heb met de hele migrantengemeenschap van toen geen enkel contact meer. Vooral op momenten als het Suikerfeest valt me dat zwaar. Maar goed, het is wat het is. Ik ben gelukkig in mijn job en in mijn relatie.”

Taboe

Het verhaal van Fourat is geen alleenstaand geval. Toen Elio Di Rupo vorig jaar onze eerste homoseksuele premier werd, getuigde naast politicoloog Dave Sinardet en advocaat Johan Cansse ook Terzake-journalist Riadh Bahri (23) in deze krant over zijn coming out, die tot een volgens hem definitieve breuk met zijn Tunesische vader leidde. Die had veel eerder al eens gezegd: “Als ik ontdek dat jij homo bent, dan doe ik je iets aan.” Bahri ziet de homohaat diep in zijn thuiscultuur ingebakken: “Ik kan het mijn vader niet helemaal kwalijk nemen, ik merk het zelf elke dag in Brussel: ik zou hier nooit hand in hand met een man over straat durven te lopen. Uit schrik voor geweld door allochtone jongeren. Ik denk daarom dat veel allochtone homo’s in Brussel het zo doen: stiekem homoseksuele contacten hebben, maar wel trouwen met een vrouw.”

Belangenorganisaties erkennen het taboe rond homoseksualiteit binnen de allochtone gemeenschap. “Beperken we ons even tot de Marokkaanse en Turkse gemeenschap, omdat die in ons land sterk vertegenwoordigd zijn, dan stellen we vast dat het taboe daar nog veel groter is dan onder de autochtone bevolking”, stelt Yves Aerts, woordvoerder van holebi- en transgenderkoepel çavaria, die 120 organisaties vertegenwoordigt. “Het is voor onze medewerkers dan ook niet makkelijk om de juiste benadering te vinden om dat taboe te doorbreken. We moedigen autochtone holebi’s aan om zich te outen, we denken dat ze daar gelukkiger van worden. Maar geldt dat ook voor de grote ellende die allochtone holebi’s zich daarmee op de hals halen? Dat is een delicate kwestie. Gelukkig zien we wel steeds meer gekleurde groepen op onze meetings verschijnen. Er is toch iets in beweging.”

Goed geplaatst is Saïd Al Nasser, medeoprichter van Merhaba, een vzw die strijdt voor de acceptatie van holebi’s en transgenders binnen etnisch-culturele minderheden. “Het thema is binnen de allochtone gemeenschap moeilijker bespreekbaar dan binnen de autochtone gemeenschap. Wel worden er stappen gezet, zij het traag en schuchter. Er kan en moet nog meer gebeuren”, zegt Al Nasser. “Binnen de allochtone gemeenschap zijn klassieke rolpatronen en ook respect voor de ouders belangrijk. Het ligt er veel moeilijker om je ouders af te vallen en dus ook om je te outen. Ook een zekere machocultuur maakt de acceptatie van holebi’s moeilijk. Daarnaast toont onderzoek aan dat hoe meer je jezelf als minderheid gediscrimineerd voelt, hoe groter het risico dat je een andere minderheid gaat viseren en discrimineren.”

Oppervlakkig

We ontmoetten Fourat Ben Chikha in Antwerpen tijdens een sofagesprek over het thema ‘Homoseksualiteit bij allochtonen: onbespreekbaar?’, georganiseerd door Merhaba. Het debat diende als startschot van een nieuwe campagne tegen racisme en homofobie, dat de steun geniet van Kif Kif, het Minderhedenforum, de Federatie voor mondiale verenigingen (FMDO vzw), het Platform Allochtone Jeugdwerkingen (PAJ) en Ella (Kenniscentrum Gender en Etniciteit).

Jammer genoeg bleef het debat op de vlakte, de sprekers erkenden het probleem slechts stilletjes of gingen in het defensief. Ursula Jaramillo van het Minderhedenforum vertegenwoordigde naar eigen zeggen te veel verenigingen om één standpunt uit te brengen en hield het erop dat ook in de christelijke gemeenschap homofobie aanwezig is. Een vertegenwoordiger van het Afrikaans platform CCAEB geloofde dat homofobie met de tijd zou afnemen. Mohammed Chakkar, voorzitter van de Federatie van Marokkaanse Verenigingen, wees naar de media die individuele homofobe gewelddaden van allochtone jongeren volgens hem uitvergroten naar hun gehele gemeenschap.

“Ik voel me absoluut niet geroepen om het holebi-thema binnen de moskeeën bespreekbaar te maken. Dat is onzin. Er zijn imams die homoseksualiteit pertinent onbespreekbaar vinden. Als wij zouden zeggen dat ze het daar over moeten hebben, dan wijzen ze ons toch gewoon de deur? Dat is ook normaal. Zou het anders zijn bij priesters van de katholieke Kerk?”, vraagt Chakkar retorisch. Hij verwijst nog naar de participatie van het FMV aan debatten in het Roze Huis en enkele gespreksavonden met jongeren waarin op hun vraag sporadisch ook seksualiteit en homoseksualiteit aan bod kwamen. “Islamgeleerden leggen op die meeting points de visie van de islam uit. Zij noemen de homoseksuele daad zondig, maar wij zullen iedereen toelaten daar zijn eigen mening over uit te spreken. Wij veroordelen heel duidelijk elke vorm van geweld en discriminatie tegen alle minderheden, maar gaan niet apart onze aandacht richten op holebi’s. Ik erken dat het uiteraard een gevoelig thema is binnen onze gemeenschap, maar het kent geen prioriteit, we hebben momenteel andere katten te geselen.”

Het publiek vindt de stellingname van voornamelijk het FMV maar minnetjes: “Het is wat makkelijk om geweld tegen holebi’s te veroordelen als je de homofobe denkbeelden die er achter schuilgaan niet actief bestrijdt. Autochtonen hebben hun netwerk, wij hebben dat nog altijd niet en ik hoor dezelfde excuses als tien jaar geleden”, zegt een toehoorder. Saïd Al Nasser van Merhaba is milder: “Het feit dat deze minderheden naar het debat komen, is een grote stap. En ik wil toch zeggen dat de FMV wil meewerken aan de verspreiding van onze campagneaffiches. We hebben een goede relatie met de FMV, die we verder willen uitbouwen.”

Gastspreker op het debat Habbib el Kaddouri van het Samenwerkingsverband van Marokkaanse Nederlanders (SMN) werkte in eigen land al heel concreet rond het thema. Zonder namen te noemen was hij scherp voor zijn Belgische collega’s: “Ik ga niet in het defensief  door het over stigmatisering van de Marokkaanse gemeenschap te hebben. Als je op een bepaald moment vaststelt, op basis van feiten en cijfers, dat je binnen je eigen gemeenschap met een taboe zit, dan moet je de dialoog aangaan. Je moet niet zoeken naar argumenten om het thema niet bespreekbaar te maken, want dan kom je geen stap verder. Die fase zijn wij in Nederland al een hele tijd voorbij.”

Kruisbestuiving in de groensector

De sociale economie bevindt zich op moeilijk terrein en krijgt wel eens kritiek te verduren van de reguliere economie. Ze zou met subsidies marktaandeel inpikken. In Gentbrugge werken beide samen. Zo kan het dus ook.

Kruisbestuiving in de groensector

Er is een pact in de Oost-Vlaamse groensector tussen de reguliere en de sociale-economiebedrijven. Ze verwijten elkaar geen concurrentievervalsing meer, maar gaan samenwerken. “De complementariteit haalt het van de verschillen”, zegt Dany Neudt, directeur van initiatiefnemer De Punt.

Een gespecialiseerde boomkapper uit een regulier bedrijf
kan zich op het snoeiwerk concentreren, terwijl een
werknemer uit de sociale economie de takken ruimt en het pad veegt.”

Dany Neudt is ervan overtuigd dat de sociale en reguliere economie elkaar aanvullen. Hij is algemeen directeur van De Punt, een bedrijvencentrum uit Gentbrugge dat in 2000 werd opgericht als een incubatiecentrum voor sociale economie. Het helpt bedrijven op te richten die sociaal kwetsbare doelgroepen werk verschaffen en in hun productie- en arbeidsproces duurzaamheid vooropstellen. De Punt stelde een eerste samenwerkingsprotocol voor tussen de sociale en reguliere economie.

Lees verder op http://trends.knack.be/economie/weekblad/articles/printarticle-2758330.htm

Goed doel op een schoteltje

Foto: http://www.arnoldkarskens.com

Een vriendin van mijn neef Stef werkte voor CFP (het huidige Ondernemers voor Ondernemers) en zocht wat persbelangstelling. De vzw helpt bedrijven om ‘de juiste goede doelen’ te vinden om te sponsoren. Daar hebben lezers van Trends wel wat aan.

Goed doel op een schoteltje

Een goed doel steunen, oké. Maar als Vlaamse onderneming een ontwikkelingsproject in het Zuiden kiezen en opvolgen, dat is andere koek. Corporate Funding Programme (CFP) neemt al jaren die klus over en maakt de brug tussen ngo’s en de bedrijfswereld. “Ze leren veel van elkaar”, zegt coördinator Anne-Lise Passelecq.

Vaak storten bedrijven geld op de rekening van een grote ngo en daarmee basta, klus geklaard. Maximaal staat
hun logo in de sponsorlijst. Toch kiezen ook veel ondernemers voor een specifiek, kleinschalig ontwikkelingsproject met zichtbaar resultaat, bij voorkeur in hun eigen sector. Ze gaan voor een goed doel dat past bij
hun bedrijfsimago en geven er graag ruchtbaarheid aan. Ze willen garanties dat het project correct verloopt. “Dat alles vergt veel tijd en energie die bedrijven niet hebben. Het behoort niet tot hun corebusiness, dus neemt CFP die rol op”, zegt Passelecq.

Lees verder op http://trends.knack.be/economie/weekblad/articles/printarticle-2744251.htm

Museum aan de geldstroom

De opening van het MAS in mijn eigen stad mocht ik niet zomaar laten passeren. Voor Trends mocht ik de marketing en financiering van het museum eens toelichten. Ik interviewde daartoe de Antwerpse schepen van Cultuur Philip Heylen (CD&V).

Museum aan de geldstroom

Het is een architecturaal hoogstandje van 62 meter. Het gloednieuwe MAS in Antwerpen trekt bedrijven aan die er hun naam aan willen verbinden. “Dit museum staat voor innovatie, participatie en diversiteit. Het richt zijn blik op de wereld en vertelt universele verhalen. Welk bedrijf wil niet zo’n imago hebben?”, vraagt schepen van Cultuur Philip Heylen retorisch.

Lees verder in Trends, 12 mei 2011, p.108

Ziek van de sleur

Het langdurig ziekteverzuim is de jongste jaren fors toegenomen, vooral bij oudere werknemers. Ook het kort verzuim blijft pieken. Niet-gemotiveerde medewerkers zijn vaker ziek, maar ze haken vooral af als ze het gevoel hebben dat alles boven hun hoofd wordt beslist. Vaak moeten zij opdraaien voor jonge collega’s met ouderschapsverlof of tijdskrediet.

Lees verder in http://trends.knack.be/economie/weekblad/articles/printarticle-2908003.htm

Marketing met beestjes

In een gesprek met Dries Herpoelaert van Zoo Antwerpen verneem ik hoe je mensen nog kan boeien met beestjes in een kooi als er zoveel alternatieve recreatie is. Had wel een frisse kijk op de zaak.

Meer dan een leeuw achter tralies
“We willen zowel het aantal dagtickets en abonnees als de business to business verdubbelen tegen 2020.” CEO Dries Herpoelaert steekt de ambities van de Koninklijke Maatschappij voor Dierkunde Antwerpen niet onder stoelen of banken. Hij zet de authenticiteit en grandeur van Zoo Antwerpen, Planckendael, Serpentarium en de Koningin Elisabethzaal in de verf.

Lees verder in http://trends.knack.be/economie/weekblad/articles/printarticle-2917107.htm

Vrouwen blijven te lang plakken

Via een vriendin kwam ik te weten dat Nick Deschacht aan de VUB gedoctoreerd was met een onderzoek naar de kloof tussen mannen en vrouwen in loopbaankansen. Zijn werkstuk bleek een knap wetenschappelijk onderzoek te zijn, met veel nuances en controle op allerlei schijnverbanden. Zoveel competentie zien, daar kan ik op kicken. En dan wordt de statisticus en ‘lijstjesman’ in mij wakker…

Vrouwen blijven te lang plakken

“Vrouwen lopen promoties mis aan het begin en het midden van hun carrière. Ze hebben meer last van sticky floors dan van een glazen plafond. Met quota voor vrouwen in de raad van bestuur los je de zaak niet op.” Nick Deschacht (HU Brussel) rekent in zijn doctoraat af met enkele mythes.

Lees verder in pdf Vrouwen loopbaankloof

Doodgaan zonder poespas

“Ik wil geen praalgraf, da’s veel te groot, dat heb ik niet van doen. En voor een lijk, kost zo’n affaire te veel poen.” Dat zong Wannes Van de Velde zaliger. Een Nederlands bedrijf zag een markt in mensen die rustig, stil en simpel willen begraven worden. Dat mocht wel in Trends.

Doodgaan zonder poespas

Een begrafenis zonder complexen. Met Uitvaart Compact regelt het Nederlandse uitvaartbedrijf PC Hooft begrafenissen tegen een zachte prijs, online te bestellen. Sinds dit jaar ook in Vlaanderen.

“Bij het overlijden van een geliefde naar een begrafenisondernemer stappen is geen pretje. Je moet met een volstrekt onbekende man of vrouw alle details van de uitvaart doornemen, terwijl je het liefst van al met je verdriet in een hoekje zou gaan zitten.”
René Kaarsemaker, algemeen directeur van PC Hooft, geeft meteen aan waarom sommige mensen liever online een begrafenis bestellen bij Uitvaart Compact. Het bedrijf bestaat drie jaar en is sinds dit jaar ook in Vlaanderen actief.

Lees verder op http://trends.knack.be/economie/weekblad/articles/printarticle-2814151.htm

Die ochtend in de buurtwinkel

In tien jaar tijd is in België een vijfde van de krantenwinkels verdwenen. De winstmarges zijn te klein en de verkoop gaat achteruit. “Het aanbod moet verruimen. De dagbladhandels moeten buurtwinkels worden”, zegt Luc Ardies, directeur van Unizo Distributie.

Lees verder in Krantenwinkels

Helaas geen naaktkalender

Jammer genoeg werd ik niet uitgenodigd voor de presentatie van de naaktkalender van Pirelli, met afterparty. Ik moet vrede nemen met een artikel over een jaarverslag.

Kunstig geschikte cijfers
Het jaarverslag laten opvrolijken door een graphic designer en vier schrijvers. Met dat idee verbindt Pirelli creativiteit met economie en maakt het droge kost toegankelijk. In één beweging zet het merk zijn hippe imago nog eens in de verf.

Onze mannelijke lezers hadden wij graag met verantwoord bloot dit artikel in gelokt, maar deze bladzijden gaan niet over de begeerde Pirelli-kalender, dat icoon in de wereld van vrouwelijke naaktfotografie.

Ditmaal nam de autobandenfabrikant zijn jaarverslag onder handen. Dertig illustraties van de Nederlandse graphic designer Stefan Glerum en schrijverscommentaar van de Britse fotograaf-journalist William Least Heat-Moon, de Spanjaard Javier Cercas, de Duitser Hans Magnus Enzensberger en de Argentijn Guillermo Martínez moeten de kurkdroge kost verteerbaar maken, de kelen smeren voor cijfers en tabellen. Van een hapje jaarverslag Pirelli mag niemand nog een stoflong krijgen.

Lees verder in pdf Pirelli