Cobain: Montage of Heck

Kurt Cobain was gevoelig, authentiek en trouw, en afwijzend tot razend op al wie dat niet was. Met de rockumentary Cobain: Montage of Heck kan je daar moeilijk naast kijken. Het materiaal waarvan regisseur Brett Morgen zich bedient, is indrukwekkend. De familie Cobain leverde hem unieke dagboekfragmenten, tekeningen en video-opnames.

Deze Cobain-film is luid en dat ligt niet aan de grunge van Nirvana. Brett Morgen heeft ongetwijfeld met de handen in het haar gezeten toen hij al het ruw materiaal voor zijn film bij elkaar kreeg. Te veel om mooi te zijn en voor de regisseur was het duidelijk moeilijk kiezen. Hij maakt een drukke film met snelle montages uit dagboeken, tekeningen en brieven van Cobain en vult die aan met verrassende video-opnames van Cobain als kleuter en van zijn liefde met Courtney Love. Daarbij nog eens animatiefilmbeelden van Kurt en interviews met Courtney, met zijn ouders en met bassist Krist Novoselic (Dave Grohl komt niet aan het woord).

Die amalgaam maakt licht misselijk, maar is ook indrukwekkend en allicht bewust. Met de duizeligheid die de kijker voelt, komt hij het dichtst in de buurt van de rommelbovenkamer die het brein van Cobain moet heten. Uit elke prent die Kurt Cobain tekent, uit elke dagboekzin die hij neerschrijft, spreekt een verpletterend bewustzijn. Hij is de hele tijd aanwezig in het leven, slorpt alles op. Zijn ratio is zo sterk dat zijn gevoel niet kan volgen. Veelzeggend is de reactie van zijn moeder toen zij op een cassette in huis voor het eerst de plaat Nevermind hoorde: “Ik was bang. Ik zei: ‘Dit gaat alles veranderen. Zet je maar schrap, want hier ben je niet klaar voor.’”

Cobain werd verteerd door angst voor verlatenheid en afwijzing, was er als de dood voor om zich belachelijk te maken. Zijn ouders en zus noemen hem een lieve jongen, altijd bezorgd om anderen, die geleidelijk ontgoocheld raakte en zich niet begrepen voelde. Niet in het minst door de scheiding van zijn ouders en het verplicht verhuizen van moeder naar vader, naar wie dan ook, omdat hij zo hyperkinetisch en onhandelbaar was (en nog meer werd). 

De verwerping, de verbreking van de harmonie, maakte Cobain furieus. Die furie kon hij kwijt in zijn muziek en een hele jongerengeneratie herkende zich erin. Hij had de pest aan interviews en opgeblazen krantenartikels over zijn (steengoede) band. Hij wilde de muziek voor zich laten spreken. De constante aandacht, de persperversies: Cobain kon het niet aan. “Nirvana is oprecht. Er is niks pretentieus aan”, zo zegt een fan het. Zo is het. En Kurt werd kwaad op al wie het niet was.  

Voor een echte muziekdocumentaire zit je beter met de uitzending Classic Albums: Nirvana Nevermind, ooit uitgezonden op Canvas. Brett Morgen maakt geen ontleding van songs, legt niet uit hoe die één voor één tot stand zijn gekomen. Uiteraard is de film doorspekt van Nirvana-hits, met ‘Oh Me’ prachtig gemonteerd op beelden van kleuter Kurt, een a-capellaversie door een koor op de clip van Smells Like Teen Spirit (kippenvel!) en het rauwe My Girl op MTV Unplugged. Maar Morgen focust op Cobain en zijn zoektocht naar echtheid, zielsverwanten en de liefde. Alles is liefde. We geven u al een kattenbelconversatie tussen Courtney en Kurt mee. De rest moet u zelf consumeren.

Kurt: “Courtney, ik schaam me niet om te zeggen dat ik van je hou en niemand kan me ooit van gedachten doen veranderen. Dankzij jou durf ik een man te zijn en met jou te pronken. Samen kunnen wij lepels buigen. We zijn als zwart roet dat van een graf geveegd wordt.”

Courtney: “Kus me, knappe dichter, geweldig neukbeest. Laat me voor altijd bij je zijn. Ik hou meer van je dan van m’n moeder. Ik zou Christus voor je aborteren. Ik maak mezelf ellendig om jou gelukkig te kunnen maken.”

Les héritiers

In een Parijse middelbare school is één klas behoorlijk opstandig, de leerlingen weten zich met hun lijf geen blijf. Tot hun lerares hen warm maakt voor een nationale wedstrijd om jonge slachtoffers van de Holocaust te herdenken. Plots zien zij zich gespiegeld in anoniem leed en vinden ze hun identiteit. Les Héritiers gaat overhoop, zingeving en geloof in eigen kunnen. Die mix wordt ontroerend geserveerd.

Wie fan was van het indrukwekkende Entre Les Murs (2008) van Laurent Cantet, zit gebeiteld met deze even realistische prent van Marie-Castille Mention-Schaar. Zij verlegt de aandacht van het conflict tussen leerkracht en leerlingen naar de gevoelswereld van de jongeren. We zien subtiele gezinstafereeltjes. Een onhandelbare leerlinge (Noémie Merlant) die je een klap voor haar kop zou geven, zien we ’s avonds in een kring rond haar moeder lege bierflesjes rapen. Haar klasgenoot (Ahmed Dramé) zien we op Youtube Denzel Washington imiteren. Hij wil wel acteur worden, maar hoe daaraan te beginnen? Hij zucht en houdt het erbij. Door een klas waaien duizend dromen, gedachten en frustraties. Natuurlijk botsen die. Mention-Schaar tekent haar pionnen uit langs filmische details en je weet meteen dat je naar een slagveld kijkt. 

Slim ook van de regisseur om de geheimen van de personages pas geleidelijk vrij te geven. Aan het begin van de film leren we de klasgroep kennen, pas later komt het individu in beeld. Die filmische keuze past bij de verhaallijn: hier zitten twintig leerlingen vol hormonen en verwachtingen tegen de grote anonimiteit te vechten, tegen niemand zijn in een groep, tegen de gedachte een stip te zijn in het heelal. Wie houdt zich in al die vergankelijkheid bezig met namen van historische volkeren of hoofdsteden, met de bouwstijl van een kerk? Het kan hen allemaal verdommen en het lerarenkorps deelt in de klappen. Wanneer we de camera de lange wandeling van lerares Anne Gueguen (Ariane Ascaride) zien volgen, tussen leraarskamer en klaslokaal,voelen we die helemaal mee als een helletocht.

De prent wordt echt boeiend wanneer de leerlingen zich voor een nationale wedstrijd moeten gaan inleven in jonge slachtoffers van de Holocaust. Het maakt hun medeleven wakker en ze voelen iets om voor op te komen. Mention-Schaar toont met heel veel gevoel hoe zij zich herkennen in de overlevingsstrategie van de slachtoffers. Het lastigste kwajoeng breekt als ze leest hoe ook een kind in de concentratiekampen overleefde op brutaliteit. Prachtige vondst van de regisseur.

Les Héritiers is een fijnzinnige film. Hij doet soms wel wat braaf en voorspelbaar aan. Er mochten wat meer weerhaakjes aan zitten.

The Selfish Giant

De hyperkinetische Arbor Fenton (Conner Chapman) groeit op in een armtierige Britse wijk waarin alle straatjes naar de toekomst doodlopen. Met zijn vriend verkoopt hij schroot aan een vrekkige handelaar, om letterlijk de meubelen te redden. The Selfish Giant toont de blanke pit in een jongetje dat veel te snel een ruwe bolster moest worden. Dit verhaal over een noodlottige vriendschap laat je niet onbewogen.

Je groeit op zonder vader, met een werkloze moeder en een drugsverslaafde broer. In een éénkamerhuis met een voortuin die je herkent aan het verzameld afval, geen geld voor een bloempje aan het venster, alles grijs. Ben je nog niet hypernerveus, dan word je het wel. Het gebrek aan perspectief doet kale muren oplopen. Arbor zit gevangen in zijn brullend lijf dat geen kans op uitbreken ziet. In de grauwe straal rond een kerncentrale blijven alle lichten uit.

Regisseur Clio Barnard is niet het romantische type, ze gaat recht op de viezigheid af. De vuilbekkerij, de lelijkheid, de ongegeneerde uitbuiting van kinderen die geen andere keuze hebben. De grote klasse van The Selfish Giant is dat je compleet vergeet naar een film te zitten kijken. Het vereist een portie verbeeldingskracht om achter da manneke nog een acteur te zien die mogelijk een zijstreep of eens een hemdje draagt. De uitzichtloosheid overmeestert je als kijker totaal, gooit al zijn netten over je heen. En laat Barnard je even vrij uit de beklemming, dan doet ze dat haast gemeen, met stilteshots – een lege wei voor de torens van een kerncentrale – als slotzinnen van een treurgedicht. Met één boodschap: voorbij het nergens ligt er niets.

Toch is The Selfish Giant meer dan een miseriefilm, daarvoor zit er onder koper, lood en zink te veel poëzie verscholen en niet-recycleerbare vriendschap. De kleine, drukke Arbor is de tegenpool van zijn mollige, grotere buurjongen Swifty (Shaun Thomas). Hij moet bijtrippelen om hem op straat te kunnen volgen. Bijtertje en teddybeer, verenigd in de strijd. Hun speelse jongenszijn moeten ze al te vaak tot staal buigen en dat snijdt door je hart. Dat doet ook het beeld van een stoere jongen die een pony streelt.

Clio Barnard maakte met haar tweede film (na The Arbor) een indrukwekkend sociaal drama met twinkelinkjes doorheen de tristesse. Toch moet ze bukken voor een grootmeester als Andrea Arnold. Zij weet in haar sociale verhalen (Red Road, Fish Tank) meer dimensies te leggen of een boeiende intrige. Ze legt het drama ook in conflicten tussen meerlagige personages en hun botsende karakters. Zo kent Arnold in Fish Tank een ambigue rol toe aan Michael Fassbender, die tegelijk lief en gluiperig is, en zijn stiefdochter in verwarring brengt. Ze weeft door haar sociale film een psychologische machtsstrijd. Clio Barnard moet bij Arnold mosterd gaan halen, maar wij reserveren nu al een plekje aan haar – allicht krakkemikkige – keukentafel.

Timbuktu

timbuktuNa de machtsgreep van religieuze fundamentalisten in het Malinese Timbuktu leeft een vredig volk in permanente staat van angst en juridische willekeur. Zingen, voetballen of uit de echt breken eindigt in zweepslagen of steniging. Regisseur Abderrahmane Sissako toont het leven van mooie mensen, langs zwoele beelden en diepe gezangen. Hij trekt de kijker mee onder hun vel en reikt dieper dan een zee aan kogels raken kan. De betrokkenheid is compleet.  

Timbuktu pikt in op een waargebeurd feit in Aguelhok, een andere stad in Mali. Daar werden in 2012 de ouders van twee jonge kinderen gestenigd omdat ze niet gehuwd waren. Het feit werd nagenoeg niet opgepikt door de media en dat zette Sissako ertoe aan deze parel te maken. Het leverde hem in 2015 zeven van de negentien Césars (Franse nationale filmprijzen) op en een Oscarnominatie voor beste buitenlandse film.

‘Angst is een zwerm die rust in een boom’, schrijft dichteres Maria Barnas. Het is een beeld dat helemaal past bij Timbuktu. De stilte is er niet vredig, maar beladen van dreiging, de figuurlijke zwerm vogels in de weinige bomen kan er elk moment uiteenvliegen. En Sissako blijkt ook een meester in suspense. Hij spint aparte verhaallijnen over verschillende mensen waaraan we ons als kijker haast niet durven binden. Deze mensen doen niet meer dan zingen en spelen, hun gezin beschermen of vis verkopen zonder handschoenen aan, maar we vrezen van bij aanvang dat het mis gaat en dat het doet ook. Je zit haast mee op de eerste rij en houdt je hart vast voor wie er door de machthebbers zal worden uitgepikt omdat hij te uitbundig weet te leven.

Eén blik raakt meer dan duizend kogels en dat heeft Sissako helemaal begrepen. Hij maakt geen politieke film, legt geen historische verklaringen neer. Toch weten we langs details en in reacties van de fundamentalisten dat het maar loopjongens zijn. Ze weten niet te leven of een vrouw te versieren en hangen hun karretje aan een schrikbewind dat handig aan kwam te waaien. Met hun mitraillette kunnen ze toch nog iets betekenen. Ze weten niet eens een auto te starten en tegenover een vrouw die verbaal haar rechten verdedigt, staan ze met een mond vol tanden. Sissako toont met grote empathie en poëzie aan dat al die dwaasheid weinig met religie en zowat alles met bange jongetjes en kleine pietjes heeft te maken.

Amy

amy

Ze was een vrouw die in ingeslapen kamers brandalarmen deed afgaan. Ze blies vuur door haar stem en keek je langs haar teksten recht de ogen in. Amy Winehouse wendde nooit haar blik af, was oprecht en verwoestend, haar gevoel lag altijd bovenaan. Asif Kapadia toont in Amy hoe ze in haar pijn groef om gouden songs af te leveren. En hoe ondankbaar we daarmee zijn omgegaan.

Amy laat je rillend en emotioneel verknipt achter en doet je een vriend missen waarvan je niet wist dat je hem had.” Het is een commentaar op deze beeldmooie documentaire, in de trailer gemonteerd, en hij is de nagel op de kop.

Gevangen

Al vanaf de eerste shots ben je gevangen door de hartverwarmende Amy. We zien in een homevideo hoe ze als jonge tiener een verjaardagslied zingt voor een nichtje, zomaar tussendoor, op de trap gezeten, en je denkt twee uur lang: waarom hebben ze jou van ons afgenomen?

Amy kijkt dan al recht de camera in en heeft de air van een ster. Randje arrogant, soms erover, maar altijd palmt ze je in. “Ze kon je het gevoel geven dat je super belangrijk was”, zegt jarenlang manager Nicky Shymansky, die zelf maar drie jaar ouder was dan Amy toen zij op haar zestien doorbrak. “Ik heb haar veel te dicht laten komen, heb geen afstand ingebouwd. Dat zou ik nu niet meer doen.”

Maar het was dus te laat en niet alleen voor Nicky. Zo charmant als Amy was, zo hard kon ze ook zijn – om haar eigen pijn een stap voor te blijven. Definitie van de gevaarlijke vrouw. Kapadia geeft een rauwe inkijk in de destructieve relatie van Amy met haar latere man Blake Fielder. Toen Blake afstand wilde inbouwen, nam Amy wraak door met zijn beste vriend te slapen. “Iemand van ons moest de ander gewoon kapotmaken”, hoor je Amy daarover zeggen, “want we bleven elkaars hart breken.” Toch kwamen ze weer bij elkaar.

Winehouse raakte nooit over de scheiding van haar ouders (What is it about men?), wilde soms volledig verdwijnen – in drank, drugs, in haar eetstoornis – en dat gevoel kon Blake toelaten. “Ik verstond haar. Op mijn negende heb ik een zelfmoordpoging gedaan. Niet zozeer omdat ik dood wilde, maar omdat mijn stiefvader mijn moeder sloeg.” Zijn begrip en hun drugsverslaving leidden haar ondergang in.

Functioneel leed

Het leven van Amy was een poort naar haar muziek, fantasie hoefde ze zelden op te wekken. In haar eerste vriendje Chris verliest ze interesse, het leidt tot haar eerste succes: Stronger than me. “You should be stronger than me, you’ve been here seven years longer than me.” Uit pijnlijke hartstocht met Blake werden Tears dry on their own en Back to Black geboren.

De absolute klasse van regisseur Kapadia is dat hij al het persoonlijk materiaal – de beelden, de citaten van Amy en van vrienden – enkel gebruikt om haar songs te doen begrijpen. Hij doet dat slim en met veel gevoel. Hij zoomt traag in op een bevroren beeld (een ‘still’) van Amy, monteert er emotionele citaten op (je hoort niemand saaiweg iets in de camera zeggen), en schakelt dan over naar een concert waarop Amy je neerslaat met haar bedwelmende stem en haar op geen enkel moment onthaarde teksten. Je wordt van emotie tot emotie geleid, maar klef en vals voelt het nooit. Huiveringwekkend is de studio-opname van Back to Black. Ze slaat iedereen met verstomming op een moment dat het helemaal fout leek te gaan.

Iedereen misleid

Toch hielden haar topprestaties en haar ondergang minder contrast in dan je zou denken. Amy kwam bij momenten bovendrijven door haar ongelooflijk talent en groot verstand en haar blijvende wil om mooie muziek te maken, maar reed eigenlijk in één lange trek haar lichaam de vernieling in. Al die Grammy’s waren geen tekenen van plots herstel, enkel van grote klasse. Haar directe entourage werd er door misleid. Amy toont heel goed hoe die mist wordt opgetrokken om verslaving te verdoezelen. De film is in die zin meer dan een uitstekende muziekfilm en vertederende biopic, maar ook gewoon rasechte schooltelevisie.

Leedvermaak

En waar ze Amy dan zeker mogen draaien, is op de journalistenschool. Het lepelt je hart uit hoe je ziet dat de wereld zich vrolijk maakte om Amy’s dronkenschap en heroïne- en cocaïneverslaving – in tabloids, latenightshows, ja zelfs op prijsuitreikingen (“kan iemand deze namiddag Amy gaan wakker maken om te zeggen dat ze gewonnen heeft, die zatlap?”). Ze was opgejaagd wild. Er is in deze docu het wraakroepende beeld waarin Amy geen kant meer uit kan, ze staat dronken te staren en wordt omringd door flitsende camera’s, en wacht dan maar tot de vernedering voorbij is. Amy kon niet meer weg: “I’m a tiny penny rolling up the walls” (Back to Black).

Of met de woorden van een Engelse recensent: “this movie turns the camera back on the viewer, who saw, mocked and ignored Amy’s descent.”

En toen was ze weg.

Suite française

Suite-Francaise-620x327

Een française die in oorlogstijd liefde voelt voor een Duitse luitenant, is dat verkeerd? En zijn de mensen uit eigen rangen dan wel heilige boontjes? Met het innemende Suite Française brengt regisseur Saul Dibb al je zekerheden aan het wankelen. Zijn film is een hedendaags verhaal over onpeilbaar menselijk gedrag en schetst tegelijk de permanente angstsfeer van verraad en achterklap aan het begin van de Tweede Wereldoorlog.

We zijn 1940, in Bussy, op het platteland nabij Parijs. De Duitse troepen nemen het dorp in en elke soldaat wordt in een ander Frans gezin ondergebracht. Lucile Angellier (Michelle Williams) en haar schoonmoeder (Kristin Scott Thomas) moeten vrede nemen met luitenant Bruno von Falk (Matthias Schoenaerts), terwijl hun man/zoon aan het front tegen de Duitsers vecht. Moet je dan in verzet gaan of er toch maar het beste van maken? Brengt koppigheid wel zoden aan de dijk? Is lief zijn voor de vijand zonder meer achterbaks? Kan je liefde voelen voor een man met vele doden op zijn geweten?

Suite Française werd in alle stilte geschreven door Irène Némirovsky, voor zij werd afgevoerd naar het concentratiekamp van Auschwitz. Het manuscript is 56 jaar later door haar dochter teruggevonden en alsnog verfilmd. Saul Dibb zorgde voor de perfecte cast en verzorgde beelden om het verhaal tot leven te brengen.

Dat verhaal is filmisch erg interessant, omdat het een nog niet oververteld aspect van de Tweede Wereldoorlog inhoudt en tegelijk menselijke kantjes als liefde, moed en verzet, maar ook verraad, eigenbelang en afgunst in zich draagt. Die worden tijdens een oorlog gewoon op scherp gesteld, maar zitten ook verkapt in de dagelijkse verhoudingen van vandaag. Fans van geschiedkunde en fans van soapseries kunnen verbroederen met een ticketje voor het behoorlijk universele Suite Française.

De romance tussen Lucile en de luitenant helt naar de zoete kant, maar tuimelt nooit over de rand. Michelle Williams is steeds meer een label voor kwaliteit. Ze weet de complexe mengeling van affectie en afkeer voor dezelfde man feilloos weer te zetten, zoals ze dat eerder al deed in het uitmuntende Blue Valentine (2010). Onze Matthias Schoenaerts is dan weer uitstekend gecast als de harde vijand met het tedere kantje, de droeve man in harnas. Saul Dibb heeft duidelijk goed naar Rundskop gekeken.

Voortreffelijke vertolkingen, prima beeldwerk en rake muziek zitten allen vervat in een uitstekend historisch drama vol spanning en suspense en menselijk intrige. Suite Française is een film over toen die je nu moet zien.

 

 

 

 

 

Belgica

Belgica

(klik op foto voor trailer)

Twee broers verbouwen een bruine kroeg tot een feesttempel. Dampende lijven, halfopen hemdjes en korte rokjes doen er harten bonken en broeken zwellen, je groeit er een halve meter  onder de hypnose van de beat. Wie zich in (den) Belgica durft laten gaan, voelt de testosteron in lijf en leden openscheuren en (her)beleeft een hallucinerende trip. Alleen laat Felix van Groeningen de vinyl iets te lang scratchen. Veel party en drama, net te weinig verfijning.

Je moet het hem nageven. Welke regisseur weet meer emotie los te maken dan Felix van Groeningen? The Broken Circle Breakdown was een verscheurende hondenbeet uit je hart. Het drama haalde van Groeningen uit de dramatische ontwikkeling van het verhaal, uit de tergende noodlottigheden die zijn personages moesten ondergaan. Ashgar Farhadi bracht zo’n tour de force in La Vie d’Adèle, Joachim Lafosse in À perdre la raison, Susanne Bier in Brothers. In al deze prenten staat de camera claustrofobisch dicht op de spelers en worden met ongezien naturel de meest vernietigende dialogen neergezet. Onze flamand past helemaal in dat rijtje.

Het doet evenwel deugd dat van Groeningen na het grote drama van The Broken Circle Breakdown opnieuw voor een klein verhaal kiest, stijl De Helaasheid der Dingen en Dagen zonder Lief. Want daar ligt toch zijn uniek talent: verhaaltjes vertellen over mensen als jij en ik. Mensen die zich vervelen, twintigers die hun weg zoeken en verdwalen, die met elkaar dollen en scheten laten in elkaars gezicht. Die levens leiden met links en rechts sensatie, maar ook met doodgewone eindes en ongeraffineerd verdriet. Deze zelf wat sjofel ogende regisseur voelt als de beste aan hoe gewone mensen praten en eten. Van Groeningen bedient zich in Belgica niet van ultieme verwoestingen als de dood van een kind om een boeiend verhaal te brengen. Hij kan het zonder en daarin herken je zijn klasse.

Spiraal

Belgica is een portret van broers Jo en Frank. De jongere Jo is een harde werker met de nodige nuchterheid en een gezond verstand. Hij heeft als kind één oog verloren, het maakt hem ruiger. Hij heeft leren doorzetten en knokken. Stef Aerts zet een uitmuntende vertolking neer. Hij weet een permanente liefde en onderdrukte woede voor zijn broer in zijn hele houding en grimas te leggen. We zien een man die de controle wil houden, die tijdens feestjes aan de kassa denkt en maar matig kan genieten.

Die focus is helaas nodig met een broer die geen greintje discipline houdt. De oudere Frank (Tom Vermeir) ziet de Belgica als een vlucht, hij verliest zich in drank, drugs en vrouwen, maar is wel de man met de ideeën. De broertjes zijn verknocht aan elkaar en rollen al vechtend richting uitgang. Het is de verslavende broederliefde die hen een gat door de neus boort, niet het lijntje snuif. Die spiraal van haat en liefde waartegen je niet bent opgewassen, maakt Belgica pijnlijk herkenbaar. The Broken Circle Breakdown is in die zin nooit ver weg.

Lange schijf

De  drogerende beats en de hele soundtrack van Soulwax zijn voldoende reden om zich over te geven aan Belgica. Het natuurlijke spel en nonchalante dialogen, maar ook de uitstekende acteerprestaties, maken de film levensecht en weken het gevoel los. Belgica is een zeer degelijke film, maar haalt niet het niveau van Dagen zonder Lief, waar ik voor van Groeningen nog steeds de lat blijf leggen. Het ontbeert Belgica een beetje aan subtiliteit en dosering en originele plotwendingen. De regisseur wil te lang bewijzen dat hij sfeer kan scheppen en blijft er wat in steken. Je voelt ook met je ellenbogen aan hoe het afloopt. Al bleef het een plezier die rit tot het eind mee te lopen. Want den Belgica, dat is “de ark van fucking Noah!”.

We hebben niet door hoe fout we zijn

fabreWe zien niet meer wat seksistisch is. Zo ver zit seksisme in onze samenleving ingebakken. De voorbeelden zijn te talrijk en te verpletterend. Ik heb het niet over Harvey Weinstein, Bart De Pauw of Jan Fabre. Zij zijn niet meer dan de uitwassen van een collectief verwrongen beeld op (vooral) vrouwen en seksualiteit. De breedte van die systeemfout meet je niet door daders te tellen, wel door kranten te lezen. Het zit ‘em in opinies en redactiekeuzes.

Schijndebat

We zijn nog maar dag 0 waarop 20 dansers en danseressen (8 uit eigen naam, 12 anoniem) in een open brief een zeer pijnlijk boekje open doen over het gedrag van Jan Fabre op en naast de set van zijn theatergezelschap en de eerste getuige die het allemaal komt relativeren, staat al in de krant. We hebben te maken met slachtoffers sinds 1998, waarvan een aantal in therapie zijn gegaan. Zij hebben er mogelijk jaren over gedaan om naar buiten te durven treden en na een halve dag vindt een redactie het nodig om Geert Kimpen, een collega-danser die ‘enkele maanden’ onder Jan Fabre heeft gewerkt, op te voeren als een soort objectieve getuige, een tegengewicht, zeg maar, die komt insinueren dat het allemaal wel meeviel. Op redacties heet dat woord en tegenwoord: een danser die niet werd misbruikt versus dansers die wel werden misbruikt. Mensen die Fabre aanvallen versus iemand die hem verdedigt. Als dat geen eerlijk debat is!

Het is zo oneerlijk als de pest. Een oprecht tegenwoord zou komen van een danser(es) die helemaal hetzelfde heeft meegemaakt onder Fabre en dus weet waarover hij of zij het heeft en vanuit die gekwetste positie een aantal kanttekeningen aanbrengt en clementie vraagt voor Fabre (werkdruk, lichamelijk contact op de set, ‘het beste in de artiest naar boven halen’, enzovoort). Dàt is een eerlijk duel, maar zo’n getuige vonden ze niet en, met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid: die bestaat niet. Dan maar gewoon een danser, dat komt toch al in de buurt?

Het is eigenlijk nog erger. Het werd een danser die eens één keer op de set iets meemaakte dat uiteindelijk wel meeviel en zo de eigen ervaringen van slachtoffers banaliseert. Schijndebat in het kwadraat. Geert Kimpen had Jan Fabre tegen zijn tegenspeelster wel eens horen zeggen ‘dat ze tegen hem op moest rijden tot hij een erectie kreeg’. De actrice had de tranen in de ogen, getuigt Geert Kimpen, en nam die avond ontslag. Kimpen vond het erg, maar tilt er niet al te zwaar aan (zie verder).

Die ene ervaring geeft hem in de krant en bij het lezerspubliek wel opnieuw een onterechte status van objectieve getuige die komt zeggen dat het allemaal wel meevalt met dat seksisme, terwijl deze ervaring gewoon zijn ervaring is en niets afdoet aan wat anderen hebben gevoeld. Het is als tegen je kind zeggen: ‘neen, die spruitjes zijn wel lekker’, gewoon omdat jij ze lekker vindt. Je eigen ervaring als norm nemen in de ervaring van seksueel misbruik van een ander, is onnoemelijk kwalijk. Een krant hoort daar niet aan bij te dragen. Toch zeker niet zonder commentaar of kritische vraag en ook niet op dag nul. De ruimte en de timing die Kimpen in de pers krijgt, is disproportioneel.

Bovendien is de ervaring van de tegenspeelster van Kimpen – hoe erg op zich ook – slechts een enkel en mogelijk lichter feit (al laat ik haar daarover oordelen) vergeleken bij de waslijst aan bezwarende feiten in de open brief: slachtoffers-dansers die geld kregen geboden voor seks, solovoorstellingen op hun buik konden schrijven als ze weigerden en dan vernederingen moesten ondergaan. En het is niet eens zij die in deze opinie spreekt, maar Kimpen zelf – een vrolijke koorknaap die zijn loopbaan naar eigen zeggen aan Jan Fabre heeft te danken. Is dat een journalistiek evenwicht?

Ik verwijt Geert Kimpen niets, want hij heeft de moed om een mening te uiten waarmee hij zich niet populair maakt en dit ter bescherming van zijn leermeester. Alleen daarom chapeau, en ook alleen daarom.

Verschillende kranten zouden voor een eerlijk debat moeten kiezen en Geert Kimpen tegen zichzelf en de samenleving moeten beschermen, maar laten dat na en voeden verwrongen denkbeelden in al onzer hoofden. Het doet denken aan de VRT die in Terzake Dries Van Langenhove opvoerde om het over transgenders te hebben, in een debat met Petra De Sutter, tegelijk chirurg en ervaringsdeskundige binnen dat terrein. Ook hij werd niet door kennis van zaken gehinderd en “kende wel wat transgenders die spijt hadden van hun operatie”. Het debat werd een pijnlijke beleving voor vele transgenders. Hetzelfde ervaren slachtoffers van seksueel misbruik ongetwijfeld met de passage van Geert Kimpen, die met eenzelfde deontologische laksheid werd gecast, op een heel verkeerd moment bovendien. Als er maar een debatje van komt, dan is het al lang goed.

Verwrongen denken

Het hele taalgebruik en de ideeën van Geert Kimpen duiden op een verwrongen beeld op vrouw, man en seksualiteit, op onderlinge verhoudingen tussen mensen, een mensbeeld dat vooral vrouwen overal om zich heen ervaren. Het is des te pijnlijker omdat Kimpen zelfs echt een poging doet, althans in zijn hoofd, om de zaken objectief te bekijken, maar zelfs bij verhoogde hersenactiviteit niet door heeft hoe fout zijn denken zit. Hij beseft zelfs dat hij bevooroordeeld is, maar dat besef helpt hem niet de zaken menselijk juist te bekijken.

Zijn eigen reactie op het voorval met (of zonder eigenlijk) de erectie is veelzeggend: “Ook mijn lichaam werd voor iets ingezet dat ik niet wilde en intimiderend vond. Maar we waren in een professionele context, omringd door anderen, hadden de vrijheid, als we voldoende assertief waren, om ‘nee’ te zeggen, en we hadden ons vrijwillig beschikbaar gesteld voor zijn extreme voorstelling.” Dus in een professionele context is misbruik oké en als je er niets tegen durft in te brengen, heb je het aan jezelf te wijten. Kimpen, en heel veel mensen met hem, nemen de daden van de dader als normaal voorkomend gedrag aan waarop het slachtoffer dan maar neen had moeten zeggen.

“Wat het een #metoo-moment? Ik weet het niet”, zegt hij nog. Het antwoord is eenvoudig: je tegenspeelster nam ontslag. Haar ervaring is de enige norm en al de rest telt niet. Maar neen, Kimpen spreekt liever over dansers die “zich al dan niet terecht gekwetst voelen”. Hoe iemand zich voelt, is hoe iemand zich voelt. Een gevoel kan nooit onterecht zijn.

En lees ook tussen de lijnen: ‘ik was er oké mee, dus dan is het oké’. Mensen nemen hun eigen pijngrens als de norm voor anderen.

Verderop schrijft Kimpen: “Een Fabre-acteur weet dat hij het uiterste van zichzelf zal moeten geven en moeten laten zien. Dat levert ook adembenemend theater op. Maar het is volgens mij geen #MeToo. Fabre vergrijpt zich niet aan je tijdens de repetities. Hij zit niet aan je en vraagt ook niet aan hem te zitten.” Dus pas als Fabre je bepotelt, is er sprake van seksueel overschrijdend gedrag? Bekijk ook de nood van Kimpen om de zaken te rationaliseren: “het is volgens mij geen #metoo”. Nog eens: het is niet aan jou om daarover te oordelen. Als iemand te ver is gegaan, is hij of zij te ver gegaan en als je onbewust een grens overschrijdt, dan vind je dat normaal gezien erg en bied je uitvoerig je excuses aan. Dat is de normale gang van zaken.

Kimpen verliest in zijn drang naar nuance helemaal de pedalen als hij zelf een voorbeeld aanbrengt dat moet bewijzen dat Jan Fabre wel hard was maar niet grensoverschrijdend. Kimpen was een keer in zwembroek gaan zonnebaden en verbrand geraakt terwijl hij de komende dagen een naaktperformance had. Fabre was razend geworden en had geroepen dat hij zijn piemel en zijn billen de komende dagen dan ook maar moest verbranden, anders leek het op het podium alsof hij een short aan had. Kimpen besluit dat dit niet seksueel overschrijdend was en daar kan ik helemaal in komen. Maar waar komt de behoefte vandaan om van daders een aantal momenten op te noemen die niet seksistisch waren. Wat doet dat ter zake? Omdat zijn gedrag niet altijd rampzalig was, is het allemaal oké? Dat heet niet nuancering, zoals De Standaard de bijdrage aankondigt, het is plat relativeren.

Fabre wordt in het stuk ook geëxcuseerd want hij “is geen heilige” (seksuele intimidatie is niet hetzelfde als een pint te veel drinken, Geert). En dan de dooddoener bij uitstek: “het past niet in deze #metoo-tijden”. Er zijn nog altijd miljoenen mannen (en iets minder vrouwen) die grensoverschrijdend gedrag de norm vinden en ‘overgevoeligheid’ als het nieuwste modeverschijnsel beschouwen dat wel weer zal overgaan. Een forum bieden aan mensen met deze redeneringen doe je niet lichtzinnig.

 

Melania, we gaan fietsen in Toscane

melania trump

Daar ben je zo rijk voor moeten worden, nu ben je zo alleen. Ik begrijp je wel, ik zie van ver hoe het is gegaan. Je man moet er bovenuit gestoken hebben, zijn ambities veroverden je hart. Je werd door zijn daadkracht aangetrokken, zijn macht moet je hebben gecharmeerd. Een man met ballen, waarvan je niet wist dat die zijn bestaan oriënteerden. De aantrekking komt eerst, het nadenken te laat.

Dat hij ook zorgzaam moest zijn, een luisteraar die in je diepste uren mee in het putje komt zitten, gehurkt op straatstenen wanneer je dronken je verdriet vertolkt, dat kon je toen nog niet bevroeden. Wist jij veel wat belangrijk was. Je stond in bikini’s gehuld, felle spots verstoorden je vergezicht, buiten de kring aanbidders zag je de leegte niet. Je hoorde je nog niet schreeuwen zonder geluid, je nog niet in witte huizen worden gemummificeerd, nog niet gegrepen worden zonder dat je bewegen mag, zonder dat één draad uit jezelf vertrekt.

Ik neem je mee, Melania. Een fietsvakantie van twee weken, we starten in Toscane, dat maakt de shock minder groot, ik wil je niet forceren.

Op de vooravond van dit nieuw begin nemen we de bus naar de Decathlon – ik doe aan autodelen en de wagen was niet vrij. We kopen een klein tentje, compact maar goed, het mag iets kosten want we kopen maar één zelfopblaasbaar matje, ik slaap wel op mijn handdoek. Ik zal toch op wolkjes liggen, denkend aan de Sloveense hellingen in je godinnenlichaam en hoe ze te overbruggen. Ik zal je niet aanraken tot je smelt.

Op de terugweg van de Decathlon passeren we langs de cinema, want film, daar zijn wij tweetjes gek op. Er kunnen ijspralines van af, want ons verlof begint. Heel even later al, komt onder botox je schoonheid vrij, ontpellen zich eerste lagen, valt zelfs jouw gelaat in asymmetrie, wanneer je door Penelope Cruz bewogen wordt. Ik voel je pijn, ze schuurt onder opperhuiden, je bent net als zij parelmooi en onbemind. Ik zwijg in alle buitenlandse talen over mijn adoratie voor Asghar Farhadi, ik neem de ruimte niet in, orakel niet dat zijn vorige film beter was. Dit moment is nu voor jou. Maximaal haalbaar – we kennen ons nog maar even – draaien je ogen op zacht. Voor tranen is mijn schoot nog niet veilig genoeg, maar in een holte van mijn schouderblad leg je je hoofd ooit neer, je zag al dat het kon.

Later, bovenop de berg, sta je te kijken van wat je hebt gepresteerd. Je drinkt verhit water, vindt een rand bezwete kaas en vanop je knieën sleur je met je tanden een stuk baguette vanonder je snelbinder uit. Je grijpt de laatste Snickers, hij is gesmolten, er hangt chocolade aan je kin en je stinkt zoals ik het wil. Nog steeds laat ik ruimte voor je seksdetox, maar als ik voel dat het moet, zal ik je nemen, wees dus ook gerust. Met gepaste pauzes, dan weer in tergende, anderhalve maat.

Beeld het je in, imaginair, hoe na de daad onze lichamen ontzweten, het jouwe tracht te zoeken wanneer het voor het laatst nog zo stilgelegd, verkalmd, ontzenuwd werd. Je ligt op je rug, je ogen gesloten, je armen langs je heen. Ik durf bij dertig graden over een dennenappel onder het tentzeil mijn arm naar je toe bewegen, tektonische platen schuiven na millennia weer in elkaar, continenten verbinden zich. Door je aderkanalen stromen Europese rivieren, ik volg al je vertakkingen, welke wegen leiden naar je hart? Je dommelt net niet in en het is dan dat ik je vraag: ‘wie ben jij?’.

Waarom Litouwen het Eurovisiesongfestival mag winnen

Ze zat neer in een breed gedrapeerd kleed van het nylon van glasgordijnen waarmee grootmoeders logeerkamers verduisteren om ons te slapen te leggen. Verfijnd en warm, vormeloos en ver uit de tijd. Een kleed dat onbeschadigde tienermeisjes in Franse dorpen dragen en zegt hoe jong ze nog zijn. De kleur: het naïef roos van eenhoornverhalen. Haar haren dun en sluik als middenvakbanen in fluisterbeton, geen bultje op hun weg. Ieva Zasimauskaitė uit Litouwen had nog niets meegemaakt, maar ik geloofde alles wat ze zong. From the very first kiss, I knew it’d end up like this. Op krantenredacties heet het klef, ik zeg ‘puur’. Ik zag dat het waar was, sinds even weet ik dat het bestaat.

Ik zag waar ze bijna brak, hoorde glas kraken in haar blik, een stem die overslaat. Schoonheid kan angstig maken, als je van liefde het harnas pelt, komt ze gevaarlijk dicht. Cynisme is makkelijk, roos is de moeilijkste kleur. Wie durft er kamers in behangen? Wat zullen we nog zingen als het protestlied is gedoofd? From the very first smile, I knew that I’d walk a mile. Iemand?

Ik zag gisteren een vriend. We praatten in open lucht. Zijn moeder is gestorven, euthanasie. ‘Je gaat op je laatste avond toch geen ziekenhuiskost eten?’, had hij gezegd, en was frieten gaan halen en een cola. Fotootje. Ze lachte samen met haar kleinkinderen, was klaar voor het einde, wilde sterk zijn voor haar man en zonen. I’m not afraid to grow old, if I have your hand to hold. Ook hadden we het over Trump en Iran en de handdruk van een schepen, geloof ik.

En over jij, jij. Jij doet in bergkapellen kaarsjes branden, voor de mama van mijn goede vriend. Jij ziet mij. Jij kunt me niet lezen, maar begrijpt de essentie. Jij hebt een eurovisie op mijn hart. Jij geeft licht aan een heel dorp. Jij leest geen krantenknipsels, maar legt je hand op mijn borst. No matter what comes our way, I feel like you’re here to stay. You were there right from the start and let me inside your heart.

Vanavond kruisen geëngageerde journalisten op verharde redacties de vingers voor de #metoo-song van Israël, het vluchtelingenlied van Frankrijk, het antiterrorismelied van Italië en ze hopen dat de klefheid niet wint. Ik kijk naar een roos kleedje, in het nylon van glasgordijnen.